Heemkundigen waken over erfgoed van werkstad Terneuzen

09-02-2009

Terneuzen mag dan niet bepaald een stad vol historische gebouwen zijn, beeldbepalende panden zijn er genoeg.
En die moeten worden gekoesterd.

In het recente verleden liep Terneuzenaar Edwin Hamelink regelmatig rood aan van ingehouden woede. Dan was hij onverwacht weer geconfronteerd met een aanslag op het toch al zo schaarse historisch erfgoed van zijn geboortestad Terneuzen. De voorzitter van de Heemkundige Vereniging Terneuzen trok op die momenten onvervaard ten strijde tegen de aanstichters van het kwaad, maar stuitte meestentijds op een muur van onbegrip.

"Ik besef best dat er in sommige gevallen gewoon geen alternatieven zijn voor bepaalde ingrepen, die ons als heemkundigen pijn doen, maar dan moet wel de grootste zorgvuldigheid worden betracht. Er is inderdaad een tijd geweest dat onze hartekreten gewoon werden weggewuifd. Zonder kwaad te willen spreken over de man - het was een goeie burgemeester - maar Ron Barbé maakte er destijds geen geheim van. Die zei gewoon: Terneuzen is een werkstad, dus niet zeuren; we moeten door. Dat is nu gelukkig heel anders."

Sinds enige tijd vinden de heemkundigen op het stadhuis wel een luisterend oor, worden de adviezen, suggesties en verzoeken wél ter harte genomen. Hamelink: "En dat is vooral de verdienste van cultuurwethouder Jaap Bos. Die maakt serieus werk van het erfgoed, met een inmiddels goedgekeurd museumplan, met provinciale afspraken over de archeologie en een duidelijk monumentenbeleid, compleet met een beoordelingscommissie en een subsidiepot." Hele grote stappen in de goede richting, volgens Hamelink.

Toch steekt de ergernis zo nu en dan weer de kop op. De Heemkundige Vereniging kreeg onlangs lucht van plannen om de ramen van het monumentale stadhuisje in de Noordstraat te vergroten ten behoeve van etalages. Hamelink: "Het stadhuis dateert in z'n huidige staat uit 1860. Het is één van de laatste panden in de Noordstraatpromenade, die niet zijn aangetast door verbouwingen en andere aanpassingen. Dat moet je zo laten. Alle binnensteden lijken, door toedoen van de machtige winkelketens, op elkaar. Dan moet je koesteren wat afwijkt van die andere steden. En dat oude stadhuisje is heel erg karakteristiek." Eind vorige week lichtten Hamelink en de zijnen hun bedenkingen tegen de mogelijke aantasting van de stadhuisgevel toe aan de wethouders Bos en Adhémar van Waes. "Alleen al het feit dat ze met z'n tweeën waren, gaf ons het goede gevoel dat ze de zaak serieus namen. Onze vrees dat die verbouwing niet meer terug te draaien was, bleek gelukkig misplaatst. Er ligt nog geen definitief plan, laat staan een aanvraag. Er is dus nog hoop." Ook het plan van zorgstichting Arduin om een passage aan te brengen in een oud, beeldbepalend pand aan de Kersstraat/Markt in de binnenstad is nog niet meer dan een schets. "Maar ook dat zou een pijnlijke ingreep zijn, die wij liever niet zien gebeuren." De heemkundigen hebben zich de rol van waakhond over het cultuur-historisch erfgoed toebedeeld. Hamelink: "En dat is nodig ook. Terneuzen heeft in het verleden zoveel kansen laten liggen. Er is zoveel kapot gemaakt, waarvan we nu zeggen: ja, zo'n ophaalbrug, die vestingwallen en die schepen in de Oostkolk, dat was toch wel heel mooi. Dat had Terneuzen net dat extra beetje karakter gegeven dat een stad aantrekkelijk maakt."

Bron: PZC 09 feb 2009